Nederland koploper snel internet? Niet op het platteland

Nederland koploper snel internet? Niet op het platteland

Nederland koploper snel internet? Niet op het platteland

Een investeringsfonds van Rabobank dat de regio van snel internet zou gaan voorzien, krabbelt terug. Tot schrik van de vele glasvezelcoöperaties die er van dachten te kunnen profiteren.

Apotheker Albert Drouven verwerkt elke dag minstens 400 recepten. Hij scant ze in en controleert de recepten overdag in de apotheek in Zwolle. Als het druk is, maakt hij de klus 's avonds thuis in Putten af. 'Dat is een drama, want de bandbreedte van onze adsl-verbinding kan de beveiligde systemen waar ik als apotheker mee werk niet aan. Mijn internetsnelheid is bij droog weer maximaal 9 megabit per seconde, dat is bedroevend traag. Mijn vrouw en ik kunnen niet tegelijk op internet, want dat trekt de lijn niet.'

Drouven (46), die buiten de bebouwde kom woont, wacht net als 300.000 andere huishoudens en bedrijven in landelijke gebieden met smart op de komst van snel internet, verbindingen van minstens 30 megabit per seconde. Want zonder snelle verbinding is thuiswerken onmogelijk, werken de apps van melkrobots op het boerenerf niet en kan een arts geen zorg op afstand verlenen.

De overheid heeft de aanleg ervan overgelaten aan telecombedrijven. Die hebben het platteland vaak overgeslagen vanwege de hoge kosten. De afstanden tussen huizen zijn te groot voor glasvezelverbindingen. Wie wil graven onder bomen, beekjes en spoorlijnen moet de juiste vergunningen hebben en diep in de buidel tasten.

Rijk gerekend

Tot anderhalf jaar geleden. Toen maakte het Communication Infrastructure Fund (CIF) van de Rabobank bekend dat de aanleg van glasvezel op het platteland toch een aantrekkelijke investering is. Het fonds, dat onder andere geld van pensioenfondsen ABP en PGGM heeft aangetrokken, wil alle adressen in het buitengebied van snel internet voorzien.

Maar CIF heeft zich te snel rijk gerekend. De aansluiting van de eerste 10.000 adressen in Twente levert 'onvoldoende rendement' op, zegt een woordvoerder. 'Het is ontzettend moeilijk om deze businesscase rond te rekenen.' Burgers moeten rekening houden met 'substantieel' hogere aansluitkosten, zo hebben meerdere gemeenten te horen gekregen. Wat dit precies betekent, wordt eind februari bekendgemaakt.

Hoogleraar Plattelandsontwikkeling Dirk Strijker van de Rijksuniversiteit Groningen noemt deze bezinningsperiode van CIF 'zorgelijk'. 'Als CIF de prijs gaat verhogen, is het de vraag of er nog wel voldoende mensen meedoen. Wij denken dat een aantal gebieden in Nederland helemaal geen snel internet krijgt. Maar dat is wel nodig voor de leefbaarheid.'

De rekensom van CIF

Het aanbod van het Rabobank-fonds CIF ziet er als volgt uit.

CIF verdeelt een gebied in clusters van 3000 tot 4000 aansluitingen. Voor elk cluster is een minimale deelname van 50% van de bewoners nodig. De vrijwilligers van de coöperaties waar CIF mee samenwerkt, gaan langs alle deuren.

96% van het gebied krijgt glasvezel voor €9,95 aansluitkosten per maand. Dit bedrag komt bovenop de kosten van de provider. De andere 4% ligt te afgelegen. Wie in dit gebied woont, moet meer betalen omdat er een oplossing op maat nodig is.

Nu CIF de eerste 10.000 aansluitingen heeft aangelegd, blijkt de rekensom te optimistisch, zo maakte CIF in december bekend. De afstanden tussen huizen zijn te groot en er zijn allerlei ‘geografische en natuurlijke barrières’. Denk aan spoorlijnen en bomen. Door de hoge kosten maakt CIF onvoldoende rendement. Het fonds werkt daarom aan een nieuw aanbod, op basis van 'gedegen marktonderzoek'. De resultaten worden eind februari bekendgemaakt.

In een aantal gemeenten heeft CIF al een nieuw aanbod voorgesteld. In Dalfsen en een aantal omliggende gemeenten bijvoorbeeld heeft het fonds de prijs verhoogd van €9,95 naar €12,50 per maand (eeuwigdurend). Deelnemers kunnen ook kiezen voor een eenmalige afkoopsom van €1600. Wie later aansluit, moet nog eens eenmalig €995 betalen. De minimale deelname van 50% is hetzelfde gebleven.

Burgerinitiatieven

De problemen rond CIF zijn bij glasvezelcoöperaties hard aangekomen. Deze burgerinitiatieven, veelal ontstaan in de jaren dat CIF er nog niet was, hadden er goede hoop op dat ze met het commerciële Rabobank-fonds konden samenwerken. Nederland telt 137 glasvezelcoöperaties, waarvan er 100 als ‘serieus’ kunnen worden aangemerkt. 'Dat zijn allemaal initiatieven van burgers die uit nood zijn geboren', zegt Strijker, die er samen met Koen Salemink onderzoek naar doet.

Het romantische beeld van burgercoöperaties die door samenwerken telecombedrijven te slim af zijn, schouder aan schouder, met hart voor de publieke zaak, blijkt sowieso niet te kloppen. In de loop der jaren zijn slechts vijf initiatieven erin geslaagd hun leden van glasvezel te voorzien, zeggen Salemink en Strijker.

De pet ver te boven

Wat gaat er mis? Veel coöperaties worden gestart door mannen van in de zestig die 'denken dat ze wel even voor telecombedrijf kunnen spelen', zegt Salemink. Zij komen bedrogen uit. Sommige vrijwilligers zijn in cruciale weken 50 uur per week in de weer. Voor 3000 aansluitingen hebben ze al snel €9 mln nodig. Ze moeten onderhandelen met banken, providers, aannemers aansturen en vergunningen regelen. Wie steun krijgt van de gemeente of provincie, moet aan allerlei aanbestedings- en staatssteunregels voldoen.

'Al deze eisen gaan de pet van de vrijwilligers ver te boven', zegt Strijker. 'Eigenlijk vraagt de overheid aan burgers om zelf telecombedrijven te starten', zegt collega Salemink. 'Dat gaat wel heel ver. Den Haag heeft ook nog geen helder standpunt over wat te doen als burgers falen.'

‘Politici mogen ons niet vergeten’

Terug naar Putten. Apotheker Drouven is bij een burgerinitiatief aangesloten: Breedband Noord-Veluwe, dat sinds vorig jaar samenwerkt met CIF. De 40.000 adressen in dit gebied krijgen eind 2018 glasvezel, zo heeft CIF beloofd.

Maar ook in Putten ligt de aanleg van glasvezel door de problemen bij CIF stil. 'Ik vraag me na vijf jaar echt af of we hier ooit glasvezel gaan krijgen', zegt Drouven. Hij hoopt dat de gemeenteraad in Putten wakker wordt en burgers gaat helpen met de financiering. Bijvoorbeeld door garant te staan voor een lening. 'De gemeente denkt alleen maar aan het centrum. Daar zitten de meeste stemmen, dat wordt glashard tegen ons gezegd. Maar ik mag dan buiten de bebouwde kom wonen, ik ben wel een Puttenaar. Politici mogen ons niet vergeten.'

Jan van de Kraats (59), burgerinitiatief Putten

'In 2011 wilde Reggefiber alleen in het centrum van Putten glasvezel aanleggen. Ik woon in het buitengebied en had destijds een adsl-verbinding via het oude kopernetwerk van KPN, waarmee je 2 megabit per seconde kon downloaden. Ik werk als zzp'er veel thuis, maar kon geen bestanden versturen. We zijn toen zelf een burgerinitiatief gestart.’

‘Glasvezel aanleggen: doen we wel even, dachten we. Maar niemand helpt je. We hebben zelf een coöperatie opgericht en zijn met het ministerie van Economische Zaken en de provincie Gelderland gaan praten. Maar praten levert geen glasvezel op.’

‘In Putten West hebben we bij glasvezel aangelegd. Daar zijn 288 woningen op zijn aangesloten. Hoeveel werk je daar aan hebt! Ik snap nu wel dat telecombedrijven er niet aan beginnen.’

‘Toen het Rabobank-fonds CIF met het aanbod kwam om glasvezel aan te leggen in de rest van het buitengebied, hadden we al een voorgevoel dat ze niet zouden uitkomen met de kosten. Nu ligt alles stil. We kijken nu wat we zelf voor elkaar kunnen krijgen, bijvoorbeeld met een coöperatie. Of ik er nog zin in heb? Jazeker. Het is een missie geworden. Maar als Putten glasvezel heeft, dan houd ik ermee op.'

Ben Nijboer (62), SallandGlas

‘Het voelde niet goed dat Reggefiber in 2012 alleen glasvezel in de kernen aan wilde leggen. Met een kleine club vrijwilligers zijn we daarom zelf aan de slag gegaan. De provincie stelde in 2014 €250 euro subsidie per woning beschikbaar. Yes, dachten we, dit is onze kans.’

‘Als 60% van de inwoners zou meedoen, konden we gaan graven. Maar we haalden maar 30%. Deelnemers moesten €14,75 betalen gedurende twintig jaar. Veel mensen vonden glasvezel niet nodig of vonden het te duur.’

‘Toen lazen we dat Rabobank-fonds CIF wilde investeren in glasvezel, voor €9,95 per maand bij een deelname van 50%. Dat was beter dan wij ooit zouden kunnen bieden. Bovendien had een marktpartij van meet af aan onze voorkeur, zij weten als professionals het beste hoe je glasvezel aan moet leggen. We zijn met CIF in zee gegaan en hebben ze geholpen om deelnemers te werven. Nu doet 65% mee. In Salland gaat de aanleg door, onder de voorwaarden die we met CIF hebben afgesproken.’

‘Het is heel zuur als CIF besluit dat andere gemeenten langer op glasvezel moeten wachten. Maar een burgercoöperatie is alleen een alternatief als je ook dorpskernen mag verglazen. Anders wordt het te duur. De enige manier is om met CIF na te denken hoe het wel kan.'

Peter de Vries (61), technisch directeur Coöperatie Sterk Midden-Drenthe

‘Vorig jaar hebben we drie leningen van in totaal ruim €10 mln gekregen van de provincie en gemeente Midden-Drenthe. Ik was eerst vrijwilliger en ben sinds december in dienst van de coöperatie. We zijn nu een professioneel telecombedrijf. Ons streven is dat eind 2017 alle 3500 deelnemers tot achter de voordeur glasvezel hebben.’

‘We hebben vanaf het begin alle Europese richtlijnen voor staatssteun gevolgd en een marktconsultatie uitgeschreven. Zo konden we laten zien dat telecombedrijven de komende drie jaar niet voornemens zijn om in ons gebied snel internet aan te leggen. Op die manier verstoren we de markt niet. We hebben dit wel allemaal zelf moeten uitzoeken, er bestaat nog geen script.’

‘We hebben ook met CIF gepraat, het fonds van Rabobank, maar wij willen dat de winst van het netwerk terugvloeit naar de gemeenschap. Over 22 jaar hebben we de lening afgelost en kunnen we de toeslag verlagen.’

‘Doordat ik geen ander werk had, heb ik me de afgelopen vijf jaar 50 uur per week onbezoldigd kunnen inzetten. Eigenlijk is het schandalig dat de burgerij door de privatisering van de telecommarkt zo aan haar lot wordt overgelaten.’